Hoger onderwijs

Er is een toenemende instroom van studenten in het technisch hoger onderwijs. Tegelijkertijd is er nog steeds sprake van een tekort aan technici op de arbeidsmarkt. Het is dan ook van groot belang om de juiste student op de juiste plek te krijgen en te behouden. Daarom werken hogescholen, universiteiten en overheden nauw samen met het technische bedrijfsleven. De focus ligt onder meer op het verduurzamen van publiek-private samenwerkingen, zoals de Centres of expertise.

Cijfers van onderstaande grafieken zijn afkomstig van DUO. Vanuit de commissie-Sminia zijn op basis van deskundigenoordelen opleidingen in het hoger onderwijs ingedeeld in clusters. Daarbij worden twee clusters meegeteld als bètatechnisch: de opleidingen die behoren tot de CROHO-sectoren Natuur en Techniek en opleidingen buiten de CROHO-sectoren Natuur en Techniek met meer dan 50% bètatechniek. Jaarlijks updaten Platform Talent voor Technologie en DUO deze indeling met nieuwe opleidingen. De gebruikte indeling is van januari 2020.

loading...

AANDEEL INSTROMENDE STUDENTEN BÈTATECHNIEK IN HET HOGER ONDERWIJS

Het aandeel bètatechnische studenten binnen het totaal aantal studenten in het hoger onderwijs is tussen 2009 en 2015/16 gestegen van 22% tot 29%. Sindsdien is het aandeel stabiel gebleven. Het laatste jaar (2019/20) is het percentage licht afgenomen tot 28%. Op het hbo ligt het aandeel studenten dat kiest voor bètatechniek met 24% nog wel een stuk lager dan op het wo (35%).

Het aandeel vrouwen dat kiest voor een bètatechnische opleiding in het hoger onderwijs -ten opzichte van het totaal aantal vrouwen dat een opleiding start in het hoger onderwijs- is tussen 2009/10 en 2019/20 flink toegenomen van 11% naar 18%. De laatste vier jaren is het aandeel stabiel. Op de universiteit ligt het percentage vrouwen dat kiest voor een bètatechnische opleiding op 27%, op het hbo gaat het in 2019/20 om 12% van de vrouwen.

loading...

AANTAL INSTROMENDE STUDENTEN BÈTATECHNIEK IN HET HOGER ONDERWIJS

Het aantal studenten dat kiest voor een bètatechnische opleiding in het hoger onderwijs is de afgelopen tien jaar gestegen van 33.902 in 2009/10 naar 49.750 in 2019/20. De bètatechnische instroom op de universiteit is zeer sterk gestegen, van 14.831 studenten in 2009/10 naar 24.902 in 2019/20. In de afgelopen tien jaar steeg het aantal instromende studenten op het bètatechnische hbo van 19.071 naar 24.848.

Het aantal vrouwen dat kiest voor een bètatechnische opleiding in het hoger onderwijs is in de periode 2009/10 tot 2019/20 bijna verdubbeld van 8.912 naar 17.081.

loading...

AANDEEL BÈTATECHNIEK BINNEN GEDIPLOMEERDEN HOGER ONDERWIJS

Het aandeel bètatechnisch gediplomeerden binnen het totaal van gediplomeerden in het hoger onderwijs is de afgelopen tien jaar gestegen (21% in 2008/09 t.o.v. 26% in 2018/19). Op alle opleidingsniveaus nam het aandeel toe. Op het hbo steeg het aandeel van 19% naar 22%. Het universitaire bètatechnische aandeel nam op bachelorniveau toe van 23% naar 34% en op masterniveau van 23% naar 28%.

Het aandeel vrouwen met een bètatechnisch diploma ten opzichte van alle vrouwen met een diploma in het hoger onderwijs nam tussen 2008/09 en 2018/19 toe van 10% naar 17%. Vooral bij de universitaire bacheloropleidingen steeg het aandeel vrouwen met een bètatechnisch diploma fors, van 15% in 2008/09 naar 26% in 2018/19.

loading...

AANTAL GEDIPLOMEERDEN BÈTATECHNIEK HOGER ONDERWIJS

Het aantal gediplomeerden bètatechniek is in 2018/19 voor het zesde jaar op rij toegenomen, tot 28.062. De grootste stijging komt uit het wo, waar het aantal gediplomeerden de afgelopen tien jaar toenam van 6.807 (2008/09) naar 12.868 (2018/19). Op het hbo is het aantal gediplomeerden in dezelfde periode tevens toegenomen (van 11.975 naar 15.194).

Het aantal vrouwen met een bètatechnisch diploma in het hoger onderwijs is toegenomen van 4.372 in 2008/09 naar 8.915 in 2018/19.

Numerus fixus

Ontwikkeling van numerus fixus-studies is van belang voor de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Aan de ene kant kan numerus fixus bijdragen aan een gewenste balans; aan de andere kant kan numerus fixus in bepaalde gevallen belemmeren dat er voldoende geschoolden beschikbaar komen voor een specifieke tak van de arbeidsmarkt. In zowel hbo als wo neemt het aantal beschikbare bètatechnische opleidingsplaatsen toe in studiejaar 2020/21 ten opzichte van 2019/20. Dit heeft te maken met zowel het afschaffen van numerus fixus op enkele studies als het vergroten van het aantal plaatsen in een aantal bestaande numerus fixus-studies.

In studiejaar 2020/21 zijn er in het hbo 8 bètatechnische studies met een numerus fixus (7 unieke opleidingscodes). Dit betekent dat er twee studies een numerus fixus afschaffen ten opzichte van 2019/20. In 2019/20 hebben namelijk 10 bètatechnische studies een numerus fixus (8 unieke opleidingscodes). Daarnaast vergroten enkele fixus-studies de capaciteit, wat in totaal resulteert in 65 extra opleidingsplaatsen in 2020/21.

Aan de universiteit zijn er in 2020/21 22 bètatechnische studies met numerus fixus (14 unieke opleidingscodes). In 2019/20 hebben 27 bètatechnische studies (19 unieke opleidingscodes) een numerus fixus. Dit betekent dat er vijf opleidingen numerus fixus afschaffen. Daarnaast verhogen in 2020/21 enkele studies de capaciteit, waardoor bij elkaar opgeteld 186 meer bètatechnische opleidingsplaatsen beschikbaar komen in fixus-studies.

Publiek-private samenwerking in het hbo

De afgelopen jaren zijn in het hoger beroepsonderwijs (hbo) verschillende Centres of Expertise ontwikkeld met financiële ondersteuning van de Rijksoverheid. Middels deze Centres wordt concreet vormgegeven aan een intensieve publiek-private samenwerking (PPS) rondom onderwijs, onderzoek en innovatie. In 2011 startte een pilot met 3 Centres of Expertise. In 2013 gingen 17 nieuwe Centres van start vanuit de prestatieafspraken in het hoger onderwijs en in de jaren daarna kwamen hier 5 Centres in de groene sector bij. In die periode zijn ook tal van PPS’en op eigen initiatief ontstaan. In totaal zijn zo’n 39 Centres of Expertise bekend en actief. In het sectorakkoord hoger beroepsonderwijs 2018 hebben de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de hogescholen afgesproken dat de (door)ontwikkeling van bestaande en nieuwe Centres of Expertise de komende jaren verder gestimuleerd wordt uit de middelen die de hogescholen krijgen voor profilering (€47 miljoen per jaar). De commissie Centres of Expertise, onder leiding van Claudia Reiner, bracht in oktober 2019 haar rapport “Centres of Expertise: groeibriljant voor excellente samenwerking in het hbo” uit waarin zij inventariseert dat er 21 nieuwe Centres of Expertise in voorbereiding zijn (genomen) en er 12 thema’s zijn waarvoor de optie van een nieuw Centre of Expertise wordt verkend. 

In 2019 is door PTvT in samenwerking met Katapult een impactmeting uitgevoerd, waaruit bleek dat alle PPS’en tezamen (in mbo en hbo) op dat moment zo’n 84.000 studenten bereiken en 5.000 docenten. Er zijn 9.800 bedrijven betrokken in de PPS'en, een flinke groei ten opzichte van de 6.200 bedrijven in 2017.

Regionale VO-HO-netwerken

Hoe zorgen we voor een optimale aansluiting tussen middelbare scholen en het hoger onderwijs? Hoe geven we een doorlopende vakvernieuwing vorm? En hoe dragen we bij aan de professionele ontwikkeling van docenten? Dit zijn vragen waar de tien regionale VO-HO netwerken zich voor inzetten. Zij stimuleren samenwerking tussen het voortgezet onderwijs, hoger onderwijs en het bedrijfsleven. Verspreid over Nederland werken 11 universiteiten, 19 hogescholen, ruim 340 havo/vwo-scholen en circa 150 bedrijven en andere organisaties samen aan kwalitatief goed onderwijs, het bevorderen van aansluiting, doorstroming en studiesucces en het verminderen van uitval in het hoger onderwijs. De regionale VO-HO netwerken hebben de gezamenlijke ambitie om te fungeren als basisstructuur voor de onderwijsontwikkeling in Nederland waar een ieder zich drempelloos kan blijven ontwikkelen binnen alle domeinen (alfa, gamma en bèta) en interdisciplinair. Daarmee dragen de netwerken bij aan een toekomst waarin het vanzelfsprekend is dat iedereen een leven lang ontwikkelt. Dit doen zij door het organiseren van activiteiten voor zowel leerlingen als docenten, waarin de volgende thema’s centraal staan:

•         Verbetering van de aansluiting tussen voortgezet en hoger onderwijs;

•         Vak- en curriculumontwikkeling in het voortgezet onderwijs;

•         Professionele ontwikkeling van docenten in voortgezet en hoger onderwijs, technische onderwijsassistenten en schoolleiders.

Gezamenlijk organiseren de regionale VO-HO netwerken jaarlijks de Hannover Messe Challenge, de grootste technologie schoolreis van Nederland. In 2019 reisden 436 leerlingen uit 4/5 havo en 5/6 vwo naar de technologiebeurs in Hannover.1

  • 1. Zie: https://www.utwente.nl/hannover-messe-challenge/